HET GILDE

Het Onze Lieve Vrouwe Gilde was van oorsprong een kerkelijke broederschap. Een broederschap kenmerkt zich door de aanwezigheid van een gezamelijk doel, een centale kas met verplichte bijdragen van elk lid, binding aan de religie, grote aandacht voor de afgestorvenen en regelmatige teermalen.


Deze broedergilden zijn zelfstandig, maar ondergeschikt aan de overheid. De term gildenbroeder wijst erop dat de eigen broederschap (eedgenoten) wordt beschermd met uitsluiting van anderen; men moet allereerst elkaar helpen en bijstaan. Broederschap is een vorm van zich handhaven.De eerste religieuze broederschappen vormden zich al in de 11e eeuw in noord Frankrijk en de Zuidelijke Nederlanden. De Lieve Vrouwe Broederschappen zijn hiervan het oudst; zij zijn een reactie op allerlei kettereijen aangaande de Mariaverering.

Gildebroederschappen zijn ouder dan de schuttersgilden die aan het eind van de 13e eeuw, na de Kruistochten, ontstaan.

Door gewijzigde tijdsomstandigheden en opvattingen ontstaan eind 15e eeuw nieuwe schuttersgilden uit kerkelijke broederschappen. Er onstaat een mentaliteitsverandering ten gevolge van wantoestanden in de heilige Roomse kerk. De gewone mensen worden meer zelfbewust, ontdekken de eigene van de mens en de schoonheid van het menselijk lichaam. Veel religieuze broederschappen zwaaien wat om en gaan zich ook bezighouden met vermaak en ontspanning, ze schaffen wapens aan, gaan schietwedstrijden houden en naar de vogel schieten, zoals ook schuttersgilden dat doen. Er zijn dan ook broederschappen die zich dan ook verenigen met zo'n schuttersgilde.

HET ONZE LIEVE VROUWE GILDE VERBONDEN AAN DE KERK VAN AARLE. Van Aarle-Rixtel is Rixtel het oudste deel. De kerk van Rixtel word omstreeks 1173 vermeld terwijl het dorp Aarle op 4 dezember 1300 voor het eerst wordt genoemd. Dat in deze kerk al spoedig een Broederschap van Onze Lieve Vrouw werd opgericht is op zich niet onwaarschijnlijk. De kerk van Aarle had in 1520 een altaar van Maria, Catharina en Barbera, en in 1523 een altaar van Anthonius en Sebastiaan. Waarschijnlijk heeft ook enige tijd te Aarle een gilde van Anthonius en Sebastiaan bestaan.

Volgens een gildereglement van 1789 zou het Gilde te Aarle in 1528 door Karel V zijn bevoorrecht om te dienen tot verheerlijking, bescherming en waarborg der Processie van de H.Moedermaagd te Aarle.